dinsdag 18 maart 2014

PvdA Amsterdam is toch best een blanke partij

De Partij van de Arbeid wordt door sommigen ook wel de Partij voor de Allochtonen genoemd vanwege het grote aantal migranten dat van oudsher op deze partij stemt. De PvdA heeft normaliter ook veel kandidaten met een etnische achtergrond op de lijst staan bij verkiezingen. Bij de gemeenteraadsverkiezingen  2014 lijkt de PvdA te breken met deze trend: de kandidatenlijsten van de PvdA voor de bestuurscommissies zijn behoorlijk wit, in ieder geval veel witter dan 4 jaar geleden. opvallend dat deze partij juist op lokaal niveau allochtonen links laat liggen. Hoe komt dat?

In de Centrale raad zijn er voldoende allochtone kandidaten: van de 11 zetels dat de partij nu in de peilingen heeft staan zullen 5 ervan door allochtone raadsleden bezet worden. Daarmee heeft deze partij een voortrekkersrol: de andere partijen hebben nauwelijks allochtone kandidaten. En dat voor de meest diverse stad van de wereld: Amsterdam kent maar liefst 177 nationaliteiten en meer dan 50% van de inwoners heeft een niet-Nederlandse achtergrond.

In de stadsdelen is het anders. Laat ik eerst uitleggen dat het Amsterdams bestuurssyssteem gewijzigd zal worden na de na de komende verkiezingen. De deelraden worden afgeschaft en de zogenoemde bestuurscommissies komen voor in de plaats. Het aantal zetels in de bestuurscommissies wordt ongeveer gehalveerd in vergelijking met de deelraden. Dit gezegd hebbende, laten we kijken hoeveel allochtone kandidaten de PvdA heeft.
Van de 7 stadsdelen die de stad kent, hebben slechts 2 stadsdelen 'voldoende' allochtone kiezers op de lijst, namelijk:  Zuid-Oost en Nieuw-West. Zuid-Oost heeft vanwege de samenstelling van de lokale bevolking altijd al een ‘allochtone lijst’. In PvdA Nieuw-West is bekend staat erom bekend zich extra in te spannen om ervoor te zorgen dat de kieslijst eer doet aan de samenstelling van de lokale bevolking.

In de overige stadsdelen kunnen we dat helaas niet zeggen. Laten we ze één voor één afgaan. Allereerst: Amsterdam-West. PvdA West heeft op het moment slechts één 1 allochtoon als raadslid.
Hoewel ze nu twee allochtonen op de ijst hebben staan op plekken 5 en 8, is het maar zeer de vraag of ze gekozen zullen worden. Gezien de peilingen is dit echter te optimistisch.  In de nieuwe samenstelling zal de partij hooguit 3 of 4 leden van de bestuurscommissie opleveren. Het kan zomaar zijn dat er dus geen allochtone commissieleden zullen zijn.



De PvdA heeft in Centrum en Zuid helmaal geen allochtone kandidaten op de lijst staan. Ook in stadsdelen waar 30 tot 40 procent van de bevolking afkomstig is uit Suriname, de Antillen, Marokko en Turkije zien wij 'witte' kandidaten op verkiesbare plekken. In Noord staat de hoogste allochtone kandidaat op nummer 5. In Oost laat de lijst ook geen allochtonen op de verkiesbare plek zien.
Voorkeursstemmen, hoor ik u roepen. Veel alochtone kandidaten wisten voorheen op basis van voorkeursstemen toch gekozen te worden (voornamelijk Turkse kandidaten). Nee, in geval van de bestuurscommissie gaat dit feestje ook al niet op. Hebben kandidaten voor de gemeenteraad voldoende aan een kwart van de kiesdeler om een plek in de Raad te bemachtigen, daar is nu de helft van de kiesdeler voor nodig in geval van een plek in de bestuurscommissie. Een kandidaat voor de bestuurscommissie moet dus bijna evenveel kiezers achter zich krijgen als een kandidaat voor de Raad, terwijl het aantal kiezers zeven keer minder is.

Waarom zijn er zo weinig allochtone kandidaten? Er zijn een aantal verklaringen hiervoor te geven.
Binnen de partij wordt gezegd dat dit komt omdat er weinig geschikte allochtone kandidaten te vinden zijn. Zijn allochtonen dan niet goed genoeg? Of niet actief? Als dat laatste het geval zou zijn, dan kan de partij op zoek gaan naar kandidaten, zoals PvdA Nieuw-West dat heeft gedaan.

Anders dan de achterban, is de PvdA een blanke partij. De besturen van de partij in de meeste stadsdelen zijn maagdelijk wit, ook de kandidaatstellingscommissies telden alleen maar blanke leden. Bekend verschijnsel is: soort kies voor soort.
Maar zijn allochtone kandidaten wekelijk niet goed genoeg? Dat is maar zeer de vraag. Een aantal kandidaten ogen juist meer in huis te hebben dan hun voorgangers op de lijsten.

Nee, de PvdA zegt wel multicultureel te zijn, maar de partij deelt blijkbaar de macht niet delen met migranten of hun nakomelingen tenzij dat werkelijk moet. Allochtonen mogen stemmen binnenhalen, maar een aanspraak op een deel van de macht op lokaal niveau is en blijft een illussie. Zo zal een groot deel van Amsterdamse kiezer zich niet vertegenwoordigd voelen in de bestuurscommissies. En dan vraagt de PvdA zich af waarom allochtoen kiezers weglopen. PvdA multicultureel? Dacht het niet. Het zou de partij sieren als de PvdA kleur bekent!

zaterdag 1 maart 2014

Smeets en Armstrong; hoe zat het ook alweer?

De Olympische Winterspelen in Stotji zijn voorbij en Nederland kan trots en verheugd kijken op deze mega-evenement wat historisch is voor ons land met een record aantal medailles, eindigend 5e in de medaillespiegel. Interviewer Mart Smeets was gedurende de Winterspelen dagelijks te zien bij Pauw & Witteman om de sportdag te verslaan. Op 24 februari schoof hij aan tafel om terug te blikken op deze Spelen. Eén van de andere gasten was schaatster Carien Kleibeuke die op 35 jarige leeftijd op spectaculaire wijze brons wist te winnen. Even werd er ook gesproken over de poging van haar collega Gretha Smith die een startbewijs voor Turijn van Kleibeuke wilde kopen in 2006. Na haar melding bij de schaatsbond kreeg ze te horen dat ze moest zwijgen en ook de NOS heeft een tijdje gewacht alvorens het schandaal te publiceren. Op de vraag van Jeroen Pauw wat journalisten dan hun taak om deze 'gesloten werelden' openbaar te maken, kunnen doen zei Smeets dat dat moeilijk is. Hoe heeft Smeets de affaire rond Armstrong ook alweer zelf verslaan?

Waarom Smeets van Armstrongs' doping-gebruik had moeten weten
Laten we een terugblik werpen op de relatie Smeets-Armstrong. Sportcommentator Mart Smeets jaren lang innige banden met deze renner ontwikkelde. Al in 1992 kwam hij bij Armstrong thuis in Austin, Texas. Sindsdien heeft Smeets meerdere malen uitvoerig gesproken met de renner. Hij kende Armstrong dus al voor zijn ziekte en maakte ook van nabij zijn comeback mee, evenals bij de oprichting van zijn bekende stichting Livestrong en deze relatie duurde voort tot zijn dagen waren geteld als renner. De eerste keer dat Armstrong betrapt was voor doping gebruik was bij zijn comeback in 1999. Hier werd hij gespot met de verboden middel cortisol. Hij kwam er makkelijk mee weg door te verklaren dat hij dit tegen zadelpijn gebruikte. Dit moet een punt zijn geweest voor menigeen journalist, inclusief Smeets, om op zijn minst Armstrong kritisch te volgen. 

De tweede keer deed zich voort in 2004 toen de Ierse journalist David Walsh één van de weinigen die al in beweerde dat Armstrong doping gebruikte, wat hij vakkundig heeft onderlegd in zijn boek L.A. Confidentiel Les Secrets de Lance Armstrong. In dit boek heeft hij een aantal cruciale getuigen geïnterviewd die later zijn overgenomen in het rapport van de Amerikaanse anti dopingautoriteit USADA die overdonderende bewijzen leverden voor Armstrong's 'meest succesvolle dopingprogramma uit de geschiedenis van de sport' en zodoende het UCI, de wielerorganisatie, in de koude kleren liet zitten aangezien deze taak eerder bij het UCI lag en hiermee kwam ook het falend beleid van het UCI tevoorschijn. Het beleid was eigenlijk erop gericht om het doping gebruik te coveren. Verantwoordelijke voor dit beleid was de Nederlandse voorzitter Hein Verbruggen die deze functie bekleedde van 1991 tot 2005. De derde keer dat Smeets' wenkbrauwen had moeten fronzen was in 2005 toen Verbruggen vertelde in een opmerkelijke interview met Smeets dat het UCI geld had aangenomen van Armstrong om dit te investeren in 'anti-doping materiaal'. Want, zo zei Verbruggen, "het is heel duur". Een kritisch journalist zou vragen of het wel ethisch is of een wielerorganisatie die neutraal hoort te zijn, geld mag aannemen van een sporter, maar daarentegen zei Smeets dit 'bijzonder' te vinden. Inmiddels is bekend dat deze Verbruggen steekpenningen heeft aangenomen, zo is gebleken uit een BBC onderzoek in 2008. En ook Armstrong zelf zegt Verbruggen gedurende zijn voorzitterschap het doping-gebruik van hem binnenskamers heeft gehouden. 





Het hoogtepunt van Smeets naïviteit deed zich voort in 2011 met zijn boek de Lance-Factor. Ook toen er al hardnekkige geruchten zich voordeden over het dopinggebruik van Armstrong, bleef Smeets volhouden dat deze renner 'clean' is. Misschien nog verbazingwekkender is dat het boek in 2012 is genomineerd voor het NS Publiekprijs. Om twee voor twaalf heeft deze journalist onwaardig persoon dan ook zijn boek teruggetrokken voor de nominatie. 

Het is niet alleen Mart Smeets, maar ook andere journalisten in binnen- en buitenland die schromelijk tekort schoten met verslaggeving. Een journalist hoort immers kritisch te zijn, maar in het Armstrong-schandaal hebben de gevestigde media het doping-gebruik en daarmee dit systeem verdedigd, net zoals het UCI heeft gedaan. Wel moet vermeld worden dat er ook journalisten waren die dit kritisch volgden zoals David Walsh en de Nederlander Mark Belinfante. Waarom heeft de journalistiek zo gefaald in hun essentiële taak? Het is moeilijk te zeggen maar  de Italiaanse filosoof Antionio Gramsci had hier een theorie over. De media horen een tegenwicht voor de gevestigde orde te zijn maar feitelijk delen de gevestigde orde en de media hetzelfde wereldbeeld en maken de media deel uit van de gevestigde orde. 

Nu Armstrong zelf zijn dopinggebruik heeft toegegeven zei Smeets op een vraag van een journalist wat hij tegen Armstrong te zeggen heeft, het antwoord was ironisch maar grappig: "You fucking liar". 







zaterdag 22 februari 2014

NSA en de afluisterprakijken: De juiste vragen zijn niet aan Plasterk gesteld..

Minister Ronald Plasterk heeft het Kamerdebat op 11 februari over de afluisterpraktijken overleefd. Een motie van wantrouwen kon niet rekenen op een Kamermeerderheid aangezien de coalitie deze minister steunde. De kern van het verhaal gaat over het verzamelen van 1.8 miljoen metadata (informatiee over belverkeer; wie belde met wie) gegevens door de Nederlandse inlichtingendiensten zelf, waar Plasterk in de uitzending van Nieuwsuur (2014) nog zei dat de Amerikanen dit hebben verzameld en hij ontkende dat de Nederlandse inlichtingendiensten de verzamelde telefoongegevens aan de NSA heeft verstrekt. Nu blijkt dat dit wel het geval is en dat de Minister hier weet van had of tenminste geweten moest hebben. De vragen die in het Kamerdebat in februari zijn gesteld hadden vooral betrekking op hoe de Minister de plank zo mis kon slaan. Op basis van welke gegevens ontkende hij dat de Nederlandse inlichtingendiensten deze gegevens hebben gedeeld met de Amerikanen? Hij had het toch moeten en kunnen weten.

Echter er werd voorbij gegaan aan een ander relevante vraag; Waarom was de Minister niet eerlijk? Volgens Plasterk zelf heeft hij aannames gedaan en was hij slordig. Maar heeft hij een reden om te verbergen dat NL deze gegevens heeft gedeeld? Waarschijnlijk wel, aangezien hij niet eerlijk is geweest. Het is namelijk ongebruikelijk dat dit soort gegevens worden gedeeld met buitenlandse inlichtingendiensten.
Merkwaardig genoeg is noch door de oppositie noch de media de vraag gesteld: Waarom zijn deze gegevens überhaupt gedeeld met de Amerikanen? Hoe gaat dit in de toekomst aangepakt worden?
Zijn dergelijke situaties eerder voorgekomen? 

Eveneens zijn nadere gegevens over de metadata onbekend; wel is bekend dat het gaat om belgegevens buiten Nederland. Waarschijnlijk gaat het zowel om Nederlanders die in het buitenland wonen als om gegevens van buitenlanders (Midden-Oosten). Minister van Defensie Jeanine Hennis-Plasschaert zei dat deze gegevens zijn verzameld om te voorkomen dat er aanslagen worden gepleegd op Nederlandse militairen in het buitenland  en om Nederland tegen terrorisme te beschermen. Hiermee kan de discussie weer gevoerd worden over de afweging tussen het recht op privacy en het gevaar voor terrorisme. Behalve dat Plasschaert zich eerder als Kamerlid voor de VVD sterk maakte voor het recht op privacy kan je je afvragen of onze politici onder het mom van 'terrorismegevaar' onze privacy zomaar kunnen aantasten. Wordt er immers niet iets te snel geroepen dat het allemaal in het belang van onze veiligheid is en tegen de gevaren van terreur.

Het verhaal van 1,8 miljoen metadata is door Edward Snowden onthuld; niet alleen NL maar diverse andere Europese landen hebben hetzelfde gedaan. Ook heeft Snowden naar buiten gebracht dat de Paus en Merkel door de Amerikanen worden afgeluisterd. Opmerkelijk is dat Merkel de Amerikanen niet van een felle reactie heeft voorzien; verder dan een statement dat het de vertrouwen in de Amerikanen schaadt, kwam ze niet.
Hoewel Snowden belangrijke onthullingen heeft gedaan, lijkt het vooralsnog niet de boze en schokkende reacties teweeg te brengen waar sommigen op hebben gehoopt. De publieke opinie realiseert nog onvoldoende het belang van onze privacy.